Sam is boos, echt super boos. Tja, ik heb de PlayStation zo uitgedrukt, omdat ik het zat was. Het eeuwige gedram hierover. Ik wil niet blijven meebewegen. Soms is het gewoon klaar. Zeker als de kaders duidelijk zijn, de wekker af is gegaan en het wel erg verslavend blijkt. Dus ik drukte de computer pardoes uit. De reactie van mijn zoon was een schop. Jawel, zo flink hard tegen mijn knie. Enerzijds was ik verbaasd. Hij is eigenlijk helemaal niet zo fysiek agressief. In alle eerlijkheid, ik zou af en toe best eens willen dat hij letterlijk van zich afduwt. Maar dit gaat wel erg ver. Prima dat hij thuis experimenteert met grenzen aangeven en gevoelens uiten, maar ik laat mij niet schoppen en dat andere mensen deze grens hebben, mag goed duidelijk worden.

Ik zeg tegen Sam dat hij nu naar zijn kamer mag gaan om daar boos te zijn, maar uit mijn buurt gaat. ‘Dit is mijn grens’ roep ik hem nog na. Hij slaat met de deur. Mijn dochter schrikt zo van alle tumult dat ze direct in huilen uitbarst. Lekker dan denk ik. Ik voel dat ik overloop en zou het liefste flink willen schreeuwen uit frustratie. Wie zei ook alweer dat het opvoeden van kinderen leuk was 🤔

Mijn oerbrein heeft het gelukkig nog niet overgenomen en mijn denkbrein kan mij nog steeds influisteren dat ik even afstand moet nemen en naar buiten moet gaan. Met mijn dochter huilend op de arm loop ik naar buiten. Ik heb eigenlijk geen ruimte voor haar emotie nu. Ik wil voor mezelf terughalen wat er nu precies gebeurde en hoe dit anders kon. Ik kom er niet uit. Die verdomde PlayStation ook. Als er iets is waar boosheid bij Sam door ontstaat dan is het wel deze computer. Adem in, adem uit.

Ze stopt met huilen en de frisse lucht heeft mij goed gedaan. Ik besluit om Sam het voordeel van de twijfel te geven.
Als ik even later in de keuken sta te koken, zie ik Sam met een bedrukt gezicht aan komen lopen. ‘Ik krijg de indruk, als ik jouw gezicht zo zie, dat jij je niet prettig voelt’. Sam komt naar mij toe en zegt ‘Ja dat klopt, ik schaam mij’.
‘Wil je mij uitleggen waarvoor jij je schaamt lieverd?’ vraag ik met rust in mijn stem.
‘Ik schaam mij, omdat ik jou schopte, dat had ik niet mogen doen’ en hij geeft mij een knuffel.
‘Dank je Sam, dat vind ik heel knap en dapper dat je mij dit zegt. Wil je mij beloven dat je mij nooit meer schopt? Als je boos bent dan mag je dat heel boos zeggen en als je moet slaan, dan kan dat op een kussen, maar nooit schoppen. Afgesproken?’ Sam knikt.

Voor mij was de kous af. Voor hem was de schaamte al een straf. Hem nogmaals daarvoor straffen lijkt mij totaal zinloos. Met straffen willen we doorgaans (voor diegene die straf geeft) bereiken dat ze begrip hebben voor hun ongewenste gedrag en waarom het niet door de beugel kan. Maar als een kind dit besef al heeft, waarom moet daar dan nog een extra consequentie op volgen? Ik geloof dat ik hem nu het vertrouwen geef dat als hij nadenkt over zijn handelen en op zijn manier excuses aanbiedt het ok is en dat hij dus niet bang hoeft te zijn voor het maken van fouten. Iedereen gaat wel eens over de schreef.

Ik ben trots op mijn zoon, ook al schopte hij mij. Wat een prachtige eigenschap van hem dat hij voelt dat het niet ok was en daarop terug durft te komen. Dit zijn eigenschappen die je wilt uitvergroten en hoopt terug te zien in de toekomst. Over een jaar ben ik de blauwe plek op mijn knie allang vergeten. 😉

#bewustouderschap #onderonsje
#ouders #opvoeding #kinderen

Reageer